Snelheid
Snelheid zegt hoeveel afstand je aflegt per tijdseenheid. Met v=
Onderwerpen
16 onderwerpen
Snelheid, krachten en evenwicht, energie omzetten en de elektrische kring.
Snelheid zegt hoeveel afstand je aflegt per tijdseenheid. Met v=
Een kracht is een duw of een trek, gemeten in newton. Heffen alle krachten op een voorwerp elkaar op, dan is er evenwicht en verandert de beweging niet.
Energie gaat nooit verloren, ze wordt omgezet van de ene vorm in de andere. Een deel wordt bijna altijd warmte die je niet meer kunt gebruiken.
Een lampje brandt alleen in een gesloten kring van batterij, draden en lamp. In serie of parallel geschakeld gedragen lampjes zich anders.
Aggregatietoestanden, dichtheid, mengsels scheiden en zuur en base.
Elke stof bestaat uit piepkleine deeltjes die altijd bewegen. Hoe warmer, hoe sneller. Zo wordt ijs water en water waterdamp.
Dichtheid zegt hoeveel massa er in elke kubieke centimeter van een stof zit. Is een voorwerp minder dicht dan de vloeistof, dan drijft het.
De meeste stoffen om je heen zijn mengsels. Omdat de stoffen erin verschillen in grootte, kookpunt, magnetisme of dichtheid, kun je ze weer uit elkaar halen.
De pH-schaal van 0 tot 14 zegt hoe zuur of basisch een stof is. Onder 7 is zuur, 7 is neutraal, boven 7 is basisch.
De cel, fotosynthese, voedselketens en de spijsvertering.
Alles wat leeft is gemaakt van cellen. Een plantencel en een dierlijke cel lijken op elkaar, maar een plantencel heeft ook een celwand, bladgroenkorrels en een grote vacuole.
Planten maken hun eigen voedsel. In de bladgroenkorrels maken ze met lichtenergie glucose uit water en koolstofdioxide. Daarbij komt zuurstof vrij, de zuurstof die jij inademt.
Wie eet wie? Planten maken voedsel, dieren eten planten of andere dieren, en opruimers breken alles weer af. Samen vormen ze een voedselweb waarin energie doorgegeven wordt.
Een hap eten reist ongeveer acht meter door je lichaam. Onderweg wordt hij fijngemalen en afgebroken tot kleine bouwstenen die via je bloed elke cel bereiken.
Dag en nacht, de seizoenen, de maanfasen, het zonnestelsel en de zwaartekracht.
De Aarde draait in 24 uur om haar as: zo krijg je dag en nacht. In een jaar draait ze rond de Zon, en haar scheve as maakt de seizoenen.
De Maan geeft zelf geen licht. Ze weerkaatst zonlicht. Terwijl ze in ongeveer 29,5 dagen rond de Aarde draait, zien wij steeds een ander stuk van haar verlichte helft.
De Zon is een ster met acht planeten rond zich: vier kleine rotsplaneten dichtbij en vier reuzen ver weg. De afstanden ertussen zijn onvoorstelbaar groot.
Je massa in kilogram blijft overal dezelfde. Je gewicht, de zwaartekracht op jou in newton, hangt af van waar je bent: G=